De emigratie (spoorzoeken in het werk van anderen)

6 mei 2019 (8:54) | Lia Tilon | Geen reacties

Alicante (1)

Wie houdt er niet van zich een ander leven voor te stellen, beter en mooier dan het leven waar we middenin zitten? Mijn echtgenoot en ik wensten vooral een warmer leven; de regen had onze botten broos gemaakt. We deden ons koude huis van de hand en ik kocht een doos vol nieuwe boeken, angst had ik niet, ook al noemden vrienden en bekenden ons dapper. In een oude stadswijk, op de heuvel van Alicante, tikten we een zolderappartement op de kop. De verdieping stond al jaren leeg maar wij zagen het meterslange terras met uitzicht over stad en zee. In de kamers stonden ijzeren bedden, de muren waren appelgroen en roze, plafonds beplakt met zijdepapier. Soms grappen we dat we alleen het terras wilden, dat het appartement er nu eenmaal aan vast zat. Dan lach ik zacht, beheerst.

Tegenwoordig houd ik mijn emoties aan de korte lijn, bang dat ze me anders zullen bespringen.

Het begon op een avond in maart, we waren op weg naar ons nieuwe huis met inmiddels glad gestuukte muren, er kleefde geen snipper papier meer aan het plafond. We hoefden geen jas aan. Zojuist had het kort geregend en verbaasd keek ik naar de bruinrode vlekken op mijn T-shirt: bloedregen. Achteraf is het verleidelijk te stellen dat de regen symbool stond voor datgene waar ik in de Calle Saint Vincente door werd overvallen, dat in feite ik het was die bloedde, maar zo hoogdravend wordt het allemaal niet. Mijn hoofd zat bij wat er zo-even uit de lucht was komen vallen, ik lette simpelweg niet op. Ik had mijn verdediging laten zakken en de gedachte die ik tot dan toe zo effectief op afstand had weten te houden schoot tussen de palmbomen door naar voren en sloeg me in de touwen: Wat. Doe. Je. Hier.

Heimwee is een kracht die je sprakeloos achterlaat. Ik probeer het vast te pakken, uit te spinnen, ik wil er lange en begrijpelijke zinnen van maken, kaftje eromheen en wegzetten. Ik grijp naar mijn boeken om te lezen wat geliefde schrijvers zeggen over nieuwe plekken in nieuwe landen. Het lijkt noodzakelijk, dit spoorzoeken in het werk van anderen, het heeft iets van een pelgrimstocht. Ik neem aan dat ik een antwoord zal vinden. Spoken zie je nooit alleen, er is altijd nóg iemand die iets hoorde of zag. Maar het heimweespook laat zich niet gemakkelijk vangen.

Ik kom erachter dat vertrekken niet het moeilijkste deel was.

Lia Jildiz Kaptein (3)

foto: Jildiz Kaptein

 

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen.

 

Reageer >
 

‘T is new to thee

2 mei 2019 (11:01) | Menno Hartman | Geen reacties

71RdCoZKehLDit zijn levende buitenlandse schrijvers van wie ik geen boek kan overslaan:

Michel Houellebecq, Judith Schalansky, Patrick Modiano, Daniel Kehlmann, Rachel Cusk, Ian McEwan, Ferdinand von Schirach, Julian Barnes, Rebecca Solnit, Sandro Veronesi, Paul Auster, Edward StAubyn, J. M. Coetzee.

Ik kijk ze hun woorden uit de mond, ben soms ook teleurgesteld, maar vind het belang van hun werk zo groot dat ik er echt op zit te wachten. Dat ik een aantal belangrijke stemmen mis, dat accepteer ik omdat ik ook graag dode schrijvers lees. Selectie zit ingebakken in ieder lezen, er is altijd meer.

Ian McEwans Machines like me lijkt met de laatste Houellebecq  – Serotonine – een rondje lichte teleurstellingen te worden. McEwan vertakt de tijd naar een in details andere werkelijkheid in de jaren ’80, ’90 waarin de techniek wat sneller ontwikkeld is dan in in onze realiteit, de Beatles nog bestaan, de Falklandoorlog anders beslist is, Alan Turing nog leeft en  een hele grote is geworden in de wereld van de informatietechnologie. De hoofdpersoon koopt een robot voor een klein kapitaal, er zijn er wereldwijd van deze kwaliteit maar 20. Met zijn buurvrouw ontspint zich een relatie sinds ‘Adam’ er is. Ze besluiten samen zijn persoonlijkheidsinstellingen in te voeren, allebei de helft, zodat als bij een kind ze voor de helft ‘verantwoordelijk’ zijn voor wie hij gaat zijn, Adam.

In het Verenigd Koninkrijk heeft de dystopie en lange geschiedenis, alsook de ‘gemaakte mens’. Mary Shelley’s Frankenstein or the Modern Prometheus is van 1812, George Bernard Shaws adaptatie van de klassieke Pygmalion is van 1913. Aldous Huxleys Brave New World van 1931. Orwells 1984 is anagrammatisch van 1948, en brave new world’ is een Shakespeare-citaat uit The Tempest, (1610):

Miranda

Oh, wonder!
How many goodly creatures are there here!
How beauteous mankind is! O brave new world,
That has such people in ’t!

 Prospero

‘Tis new to thee.

 

McEwan gebruikt dus naast een oude naam (zijn vrouwelijke hoofdpersoon heet ook Miranda) een oude angst in zijn boek: kunnen we kennen wat we maken, is het sterker dan wijzelf. De Turing lijn is daarin interessant dat de roman uiteindelijk een sterk uitgewerkte Turing test is:  ‘an attempt to define a standard for a machine to be called “intelligent”. The idea was that a computer could be said to “think” if a human interrogator could not tell it apart, through conversation, from a human being.’

McEwan lijkt niet sterker voor de dag te komen dan  Spike Jonze met zijn film Her en tapt uit een zelfde vaatje: kun je verliefd worden op een machine, hoe nauwkeurig kunnen we ontwerpen wat beter en sterker is dan wij, en kunnen we dan nog afstand doen van onze suprematie? Hoe ver zijn we bovendien hiervan verwijderd? Hoewel Machines like me een aantal huiveringwekkende scènes bevat lijkt McEwan vooral op filosofisch vlak in te leveren. De vraag wordt nog nergens erg pregnant. En Turings test lijkt makkelijk te passeren als de hoofdpersonen op cruciale momenten niet de echt belangrijke vraag stellen.

Je zit op het puntje van je stoel bij deze McEwan, maar zakt toch wat teleurgesteld weer naar achteren als hij de kans laat lopen op het scherp van de snede zijn zaak te bevechten, angst te zaaien zoals Shelley deed door haar Adam in de zelfgemaakte mond te leggen:

“There is love in me the likes of which you’ve never seen. There is rage in me the likes of which should never escape. If I am not satisfied in the one, I will indulge the other.”

——-

 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Hier andere stukjes over Houellebecq, over McEwan, over Solnit, over Coetzee, Kehlmann, Barnes, Modiano, Von Schirach.

Reageer >
 

Leven, hoe lang nog?

25 april 2019 (13:42) | Menno Hartman | Geen reacties

Plos_wilsonToen het gisteren eindelijk begon te regenen haalde ik opgelucht adem. Ik lees dan ook een doodenge thriller die heet De toekomst van het leven, geschreven door bioloog en Harvard professor Edward O. Wilson. Het vermoedelijk aanstaande zoetwatertekort is een van de scenario’s die buitengemeen beangstigend zijn in dit boek. Geen thriller dus in eigenlijke zin maar een verontrustend toekomstperspectief in ecologisch opzicht.

Als ik zelf dit stukje zou lezen, zou ik al niet meer tot deze witregel zijn gekomen. Doemscenario’s zijn betrekkelijk onappetijtelijk en onplezierig om te lezen. Wilson heeft daar in zijn boek ook een fraai biologische verklaring voor. ‘De betrekkelijke onverschilligheid voor het milieu komt, zo meen ik, diep uit de menselijke aard. De hersenen hebben zich duidelijk zo ontwikkeld dat ze zich emotioneel slechts kunnen binden aan een klein stuk van de geografie, een beperkte groep verwanten en een of twee generaties in de toekomst. Het is een grondbeginsel in de zin van Darwin om niet te ver in de toekomst en niet te ver om ons heen te kijken. […] Honderden millennia lang leefden degenen die hun kortetermijnbelang voor ogen hielden binnen een kleine kring verwanten en vrienden, langer en kregen meer nakomelingen, zelfs als door hun collectieve streven hun stammen en rijken om hen heen instortten.’

Kortetermijndenken is een geselecteerde eigenschap in de meesten van ons! We zijn dus opgezadeld met een intelligentie die de wereld zo veranderde dat door een te grote groei van de bevolking de natuurlijke habitat van veel soorten moet wijken voor landbouwgrond om ons te voeden – met desastreuze gevolgen – en te weinig echt realisme om dat te gaan voorkomen.

Want realisme is waar het Wilson om gaat. Zo ver uitzoomen dat je werkelijk ziet wat er aan de hand is en dat economische groei alleen op de heel korte termijn leuk is, zeg tot de volgende verkiezingen.

Het fraaie van het boek van Wilson is dat hij geen somberaar is, maar elk besef aangrijpt om een beweging in de goede richting te maken. Vegetarisme, of minstens reductarisme, minder vlees eten, is een goed stap in het hanteerbaar houden van het voedselprobleem van rond 2051 – als ik 80 kan zijn – en er  wellicht al 10 miljard mensen te voeden zullen zijn. Ik had het tien jaar terug niet voor mogelijk gehouden, maar mijn contra-intuïtieve langetermijndenken heeft me die kant alvast opgedreven. Per dag geen vlees eten bespaar je 1366 liter water. Bye bye biefstuk.

Het boek richt zich verder specifiek op soortenafname, onder meer door op Hawaï te kijken hoe vlug dat ging door een vaste combinatie van factoren: habitatvernietiging, invasieve soorten, milieuvervuiling, meer mensen en overmatige exploitatie. Dit vijftal doet overal ter wereld zijn werk. We wandelen bijziend naar een intense verarming van de planeet, er zullen langzaam dingen uitvallen. Nee vrolijk word je er niet van. Om echt vrolijk te worden moet je goed naar Thierry Baudet kijken, dan valt er echt wat te lachen.

Waar ik tien jaar geleden eveneens voortdurend mopperde op elke druppel regen die viel, haal ik nu bij elke bui dus opgelucht adem, dat werkt nu in ieder geval nog. Zo lang het duurt.

——-

 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

 

 

Reageer >
 

Een ooglid dat knippert

18 april 2019 (10:18) | Menno Hartman | 2 reacties

91dctPaaJfL._SY500_

Het eponieme eilandje Block Island, zie ook klik op plaatje

Stop Robin Hood, Robinson Crusoe en Superman in een blender en je krijgt de Netflix-serie Arrow. Waarom ik het in godsnaam dan toch kijk wordt binnen het bestek van dit tekstje niet opgelost. Eén aspect dan: de hoofdpersoon heeft zijn krachten op gedaan door vijf jaar op een verschrikkelijk eiland te overleven. Het woord ‘eiland’ is eigenlijk al voldoende om mijn aandacht te krijgen. Deels is het de Boudewijn Buchachtige verzamelwoede: welke zag je al en welke wil je nog.

Een eiland biedt net als een boek de illusie de wereld overzichtelijk terug te brengen tot een zelfgekozen essentie. De zee de boekomslagen. De begrenzing is letterlijk concentratie. Zoals een muziekstuk dat is, een schilderij, een gedicht; overzicht door beperking. De zee alomtegenwoordig, het eiland een samengevouwen kuststrook.

 

Hoe de zee er die dag

zou kunnen bijliggen,
wordt niet vermeld.
Zo er iets beweegt

is dit eerder een siddering
die door het gras gaat,
of een ooglid dat knippert
tegen zoveel licht.

Hetzelfde: voor altijd hetzelfde,

al zijn veranderingen ten spijt –

Als moest ik mij steeds opnieuw
in éen enkel woord kunnen uitputten,
mij vasthoudend aan alles waarin ik
al ontbonden scheen, en sindsdien

voorgoed voortvluchtig bleef.

 

(Hans Faverey)

 

Een wereld in een enkel woord, klankplezier ook: Alcatraz, Andros, Bunaken, Camiguin, Curaçao, Fårö, Gili Meno, Gulangyu, Hainan, Lofoten, Malapascua, Marettimo, Naoshima, Omotepe, Perhentian, Putuoshan, Sifnos, Serifos, Stromboli, Vlieland, Te Waipounamu. Exil: voorgoed voortvluchtig. Voor $34,967,623 koop je het Caraïbisch eilandje Baliceaux. Hier meer aardigs te koop. (Of even watertanden bij deze: Pepin Island bij New Zealand, $10,826,172:

Het is niet zo dat er nooit wat aan de hand is op zo’n eiland. Als er maar eenmaal twee mensen wonen heb je ruzie: ‘Tourism Council Director Jessica Willi recommended the Tourism Board take legal action for what Willi felt were slanderous statements made by the former President of the Block Island Chamber of Commerce about her and members of the Tourism Council.’ Lees lekker door op De krant van Block Island: de Block Island Times.

Dan toch maar liever alleen.

——-
 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

2 reacties >
 

Sleeper cell

13 april 2019 (8:23) | Arjen van Lith | Geen reacties

shopping bag

Geen van mijn Nederlandse vrienden heeft me nog op de man af durven vragen hoe het met me gaat nu het erop lijkt dat Robert Mueller geen criminele samenzwering tussen Trump en de Russen heeft aangetoond en niet oordeelt over belemmering van de rechtsgang. Die vrienden wil ik bedanken voor hun hartverwarmende radiostilte omtrent dit gevoelige onderwerp; jullie tactvolle aarzeling om erover te beginnen is aan deze kant van de oceaan luid en duidelijk overgekomen en wordt op waarde geschat.

Het gaat nu wel weer een beetje. Ik kom weer onder de mensen. Ik scheer me weer. In dit land moet je altijd alles zelf doen, dus het heeft geen enkele zin om in bed te blijven liggen. Sinds afgelopen donderdag ben ik weer begonnen met roeien om conditie op te bouwen, want dit is een kwestie van de lange adem en mijn rol in het verzet is nog lang niet uitgespeeld. Hannie Schaft werd ook pas later in de oorlog actief.

De belangrijkste taak van een sleeper cell, nadat die zich succesvol heeft genesteld in vijandelijk gebied, is het ontwikkelen en cultiveren van geruststellende gedragspatronen, voorspelbare geografische bewegingen en onschuldige sociale contacten, zodat je de vijand langzaam in slaap sust.

Ondertussen bereid je je Daad van Verzet voor.

Iedere dag pak ik een Überfiets naar de Whole Foods, zodat de instanties mijn route via de ingebouwde gps tot op de meter kunnen volgen. Big Brother is mijn alibi. Een paar blokken zuidelijker drink ik een latte macchiato in de hippe nieuwe buurt rond de oude energiecentrale. Niet omdat de koffie daar echt acht dollar waard is, maar omdat dit soort pintransacties wordt verwacht van mijn type sleeper cell.

Bij de diverse veiligheidsdiensten – die me honderd procent zeker in de gaten houden –zouden alle alarmbellen afgaan als ik een gemiddelde week doorkom zónder impulsaankoop, dus is het niet meer dan prudent dat ik inderdaad alweer een nieuwe bril heb. Op Amazon bestel ik een zesdelige set ovenschalen en karwijzaad; allemaal herbevestigende datapunten in de wolk van het statistische expatvrouwtje dat de leegte in haar leven probeert op te vullen met Ottolenghi-recepten, want precies daar mik ik op. Mijn M. – die onze financiën beheert – weet ook: dit is allemaal een dekmantel voor mijn missie om een despoot neer te halen, dus het mag wat kosten.

Ze zeggen wel eens dat je als verzetsheld in de menigte moet kunnen opgaan, dat je jezelf onzichtbaar moet kunnen maken. Dat is een misvatting. Althans, mijn type sleeper cell kan het zich niet veroorloven om twee keer in dezelfde outfit langs dezelfde beveiligingscamera te lopen. Als mijn Daad van Verzet straks op tv komt, wil ik dat de nieuwsprogramma’s kunnen beschikken over een gevarieerde showreel van hoogwaardige surveillancebeelden, inclusief close-ups. Achteraf is het toch handig dat ik zo lang in de media heb gewerkt: als voormalig professional kun je veel constructiever meedenken over je eigen daderprofiel.

‘s Nachts, offline, werk ik verder aan mijn Daad van Verzet, die uiteraard geweldloos zal zijn, maar wel impact moet hebben. Ik sleutel verder aan het ontwerp, plan de productie en rekruteer op tuinfeestjes en dakterrassen useful idiots die me straks moeten helpen met de uitvoering.

Wat er gaat komen kan ik nog niet zeggen. Wanneer het gaat komen ook niet. Maar als het komt, dan is het in opdracht van niemand. Mijn type sleeper cell is een lone wolf, geheel zelfstandig op de creditcard van een ander. Daarom alvast een waarschuwing aan de autoriteiten: mijn M. treft geen enkele blaam. Laat hem met rust. Hij is allang blij dat ik iets om handen heb.

____________________

Arjen van Lith (1971) is schrijver en journalist. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij op onregelmatige basis voor Tirade verslag doet van de Amerikaanse politiek. Daarnaast werkt hij aan een brievenbundel en een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

 

Reageer >
 

The Durrells in Corfu

11 april 2019 (9:15) | Menno Hartman | 2 reacties

penguin-1399-c-durrell-my-family-other-animals-186x300Het mirakel blijft natuurlijk dat zo’n kleurrijke wereld zich kan ontvouwen vanuit zo’n stoffige Penguinpocket uit 1960. De indruk die het boek op me maakt moet wel iets te maken hebben met de veelheid van aspecten die aan het eigen leven raken, een verdubbeling ervan vormen, rijm. Zo is de oudste broer in het onderhavige boek My Family and other animals van Gerald Durrell, Larry, net als mijn eigen broer vroeger een soort belezen professor die overal bovenuit torent, zich mild ergerend aan de stroom onnozele kinderen onder hem. Maar hij is ook degene die – moe van het verschrikkelijke weer in augustus in Engeland – het gezin suggereert te verhuizen, naar Corfu. De familie stamt uit de Raj, de kinderen zijn in India geboren, de geselende koude zomerregen zijn ze niet gewend. In Larry herken je vervolgens al snel Lawrence Durrell, de auteur van het door mij intens bewonderde Alexandria Quartet over een vriendengroep in de Egyptische stad, rond de Tweede Wereldoorlog.

De hoofdpersoon in de familiegeschiedenis op Corfu is uitsluitend geïnteresseerd in alles wat met de natuur te maken heeft. Die verdubbeling werkt op mij al heel snel zeer sterk. Tochten over het eiland zijn speurtochten naar torretjes, spinnen, vlinders, libellen, schildpadden, vogels etc. lijken in veel op mijn tochten in de jaren ’80 met dezelfde voor sommigen onbegrijpelijke verzengende begeerte: beesten zien: kruipende, sluipende, vliegende, lopende.  Het begint in de tuin en waar eindigt het? In de bibliotheek van het Roland Holsthuis in Bergen trof ik begin 2005 mijn eerste Durrell aan, Encounters with Animals, een vreemde eend in de bijt van die bibliotheek, wie had dat boek gelezen daar, de oude dichter zelf, of zijn laatste minnares Didia de Boer?

Gerald krijgt thuisonderwijs van een erudiete eilander. De rij curieuze personages die het boek bevolken is al even onthutsend als de schilderachtige flora en fauna. De keverman is een fraaie, die met een hoed rondloopt waaraan draadjes die om levende kevers gebonden zijn, die vliegend als een soort planeten om de zon van zijn hoofd bewegen. Zoiets verzin je niet, die man heeft rondgelopen op Corfu in 1936.

Als Larry een groep groep vrienden uitnodigt en de (geweldige) moeder verbaasd reageert dat ze daar in hun kleine huisje helemaal geen ruimte voor hebben komen ze al kibbelend tot de conclusie dat er maar een oplossing is: verhuizen naar een grotere villa.

En net als je denkt: wat een geweldig verhaal, hier zou je eigenlijk een serie van moeten maken, blijkt die te bestaan:

‘Maar eerst het boek:’This is the story of a five-year sojourn that I and my family made on the Greek island of Corfu. It was originally intended to be a mildly nostalgic account of the natural history of the island, but I made a grave mistake by introducing my family into the book in the first few pages. Having got themselves on paper, they then proceeded to establish themselves and invite various friends to share the chapters. It was only with the greatest difficulty, and by exercising considerable cunning, that I managed to retain a few pages here and there which I could devote exclusively to animals…

En dan verder

 

——-
 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.
Hier valt in een heel vreemd verband de naam Durrell ook al een keer.
2 reacties >
 

Voorbije werelden

4 april 2019 (9:39) | Menno Hartman | Geen reacties

168374Het is hoe dan ook een beetje langzaam afbouwen op deze planeet*, de planten gaan het eerst, wegens een tekort aan kooldioxide, de dieren volgen, de zon wordt eerst te heet, de platentektoniek valt stil, het magnetisme houdt op. Alles tussen 600 miljoen en vijf miljard jaar. Ik raad je van harte aan deze pagina maar eens te lezen het is echt wetenschappelijk griezelen op macroniveau, hier kan geen Hollywood rampenfilm-blockbuster tegenop.

Dus een algemeen gevoel van verlies is alleen om die reden al onvermijdelijk. Maar Michael Bywater somt in Lost Worlds een veelheid van zaken op die al lang voor die tijd, en eigenlijk nu al, verdwenen zijn, voorgoed voorbij. ‘Yet we understand little about the quiet storm of loss which blows about our lives and histories.’ Televisieseries, gereedschappen, beroepen, kleding, gerechten, vaders, planten, dieren, vrienden, bibliotheken, steden, landen, koninkrijken, beschavingen, betaalbare huizen, hobby’s, treinkaartjes, roken in het vliegtuig, tante Henny, poste restante, zelfkritieksessies, Dolle Mina, suffragettes, de pest, koude winters, Xanadu, twee tortelduiven in 1979, Atlantis.

Bywater verzamelt ze, erudiet en geestig, zonder de ‘voorbij, voorbij o, en voorgoed voorbij’ connotatie. Maar vanuit de eenvoudige (?) aanname dat alles in chaos zal eindigen.

9780192505323In Twenty years a-growing roept Maurice O’Sullivan (Muiris Ó Súilleabháin) de wereld van Great Blasket op, het uiterst westelijk gelegen Ierse eilandje dat tot 1953 door maximaal 160 mensen bewoond werd, en daarna niet meer. Het is eigenlijk het soort boek dat de meeste mensen wel in de familie hebben: opa vertelt hoe het vroeger was, verwacht geen literaire brille dus, maar wat een schitterende voorbeeld van een verdwenen wereld. Muiris wordt op zijn 8ste van het vasteland naar naar het eiland gehaald door zijn vader en wat tantes, hij spreekt dan Engels en geen woord Iers. Op de tocht naar beneden is hij bang voor de grote kevers die hij in het landschap naar zee ziet lopen. Het zijn, als op het omslag, mannen die met de lokale boten naar zee wandelen, lichte houtcontsructies met een koeiehuid omspannen, een curragh.

Muiris heeft een vreselijke hekel aan tantes, want die zoenen, hij houdt van zijn opa die hem Iers leert, hij wordt dronken op zijn 10e met een vriendje tijdens een grote botenrace, hij haalt papagaaiduikernesten leeg, luistert naar het zingen van de cicades in de schoorstenen.

De wereld van verloren zaken wordt groter en groter en voller, en wekt eerder verwondering en bewondering dan melancholie in deze twee boeken die het gegeven niet dramatiseren, maar vastleggen.

 

——-
 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.
Hier schreef ik ook een stukje over verloren beschavingen.
* Langzaam afbouwen op deze planeet is de geweldige titel van een verhalenbundel van Nico Dros.
Reageer >
 

Freek

25 maart 2019 (19:18) | Menno Hartman | Geen reacties

Schermafbeelding 2019-03-25 om 19.09.16Iets met haaien. Toen het gesprek daar was beland begreep ik dat mijn dochter dacht dat ik Freek Vonk bedoelde. De Freek van nu.

‘In het kleine vissersdorpje aan de lange oude ka,
wacht de zoon van visser Kwakman op de terugkeer van zijn pa.
Hij kijkt halsreikend naar de einder van het grijze IJselmeer
en gelijk een sneeuwvlok op een molshoop daalt de winteravond neer…

In 1984 kende ik de volledige langspeelplaat De Openbaring van Freek de Jonge uit mijn hoofd. Ik zette de naald in een groef en begon mee te praten, intonaties en pauzes incluis. Klasgenoten vonden het verbijsterend en lichtjes verontrustend, maar ach je vulde er ook aardig een pauze mee.

Opmerkelijk is dat er geloof ik een verschil in waarneming is tussen hen die aanwezig waren op het Boekenbal en zij die het filmpje zagen. Op het filmpje wordt door de richtmicrofoon het andere geluid: de directrice van de CPNB Eveline Aendekerk, voor een goed deel weggedrukt. Kun je dus beter horen waarover het gaat. En mis je de context.

Voor wie daar zat, ik zat er 7 meter vandaan was er iets heel anders aan de hand dan het geweten van links Nederland dat sprak. In de context van het begin van het boekenbal dat met het thema ‘de moeder de vrouw’ een tumultueuze start had omdat een paar mannen dat plan hadden bedacht en er ook mannen over lieten schrijven, was hier opeens nadat Aendekerk nauwelijks drie woorden gesproken had een boze witte man op leeftijd keihard door een vrouw aan het heen tetteren die op het podium stond.

Waarom denkt deze dominee dat wij zo graag zijn preek willen horen, dacht ik. Waarom is de niet geestige maar drammerig geformuleerde mening van deze man zo belangrijk dat die hier en nu en niet vormgegeven in de openbaarheid moet? Waarom tettert die man door die vrouw heen?

Daar ging het over voor wie daar was. Aendekerk loste dat buitengemeen elegant op, ze vertelde een verhaal over dat ze als meisje droomde op een bal te staan met een publiek waarin iedereen beter dan zij wist wat de toespraak zou moeten zijn. Zoiets had Freek in 1982 ook bedacht.

Freek weet niet alleen beter wat haar toespraak zou moeten zijn, maar ook wat Baudets toespraak had moeten zijn. Net als zijn vader weet Freek als dominee wat iedereen moet denken. En vandaag voegt hij daar in NRC aan toe  ‘Het is noodzakelijk dat we niet rusten voordat we dit gedachtegoed met wortel en tak hebben uitgeroeid.’

Dat klinkt als Ezechiel. Zoals iedereen zal ook Freek meer op zijn vader zijn gaan lijken dan hij wilde. Ik minacht dat gezever over de Uil van Minerva. Rookwolken, holle frasen. Maar ik vind met wortel en tak gedachtegoed uitroeien niet zoveel sterker.

En een gehoor van 2.000 mensen gijzelen met een niet voorbereide speech terwijl er iemand staat te praten betekent dat Freek en Baudet een belangrijk aspect gemeen hebben. Ze horen zichzelf te graag.

 

——-
 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot, zit in de redactieraad van Tirade.

 

 

Reageer >
 

Mijn Thierry

23 maart 2019 (9:56) | Arjen van Lith | Geen reacties

minerva uil

Gisteren, naar aanleiding van de verkiezingen, vertelde ik aan mijn M. dat ik vroeger met Thierry Baudet politicologie gestudeerd had, maar dat slaat natuurlijk nergens op. Dat was een andere Thierry Baudet, een oudere. Iedereen heeft namelijk wel een Thierry Baudet in z’n jaar.

Het enige wat mijn Thierry – ik ben zijn echte naam even kwijt – ooit rechtstreeks tegen me heeft gezegd, was hoe graag hij ’s zomers in de avondzon ‘ter ontspanning met Plato tegen een boom’ zat. Mijn reactie herinner ik me niet meer; waarschijnlijk heb ik er een beetje dommig bij staan grijnzen, wat ik altijd doe als ik niet weet wat ik met de situatie aan moet.

Net als de huidige Thierry was mijn Thierry op zich niet onknap. Ook hij had datzelfde tijdloze corpsballenhaar, sluik achterover zoals Derek de Lint, de nazistudent die van een wc-pot wordt geblazen in Soldaat van Oranje. Ook mijn Thierry droeg graag jasjes en dasjes die van een afstandje best elegant afkleedden, maar van dichtbij rafelden en roken naar het zure zweet van een streber.

Mijn Thierry was onder studenten kortstondig bekend vanwege een incidentje tijdens een college Internationale Betrekkingen dat hij had onderbroken met een pleidooi voor een neo-liberalere boekenlijst in plaats van ‘deze communistische ongein’. Ik zat stoned achterin en registreerde niet alles, maar wel zijn intens beledigde walk-out en een nagalmend ‘Fascisme!’ voordat de deur achter hem dichtsloeg. Ideologische extremen die op het eerste gezicht tegenpolen lijken, liggen soms veel dichter bij elkaar dan je denkt.

Als accessoire droeg mijn Thierry altijd een zorgvuldig samengesteld boeketje boeken los met zich mee, zonder tas, zodat omstanders zich aan zijn brede interesse konden vergapen: Beowulf, wat partituren, het werkboek Methoden & Technieken II en voor de vrouwtjes iets Frans. ‘Les vrais paradis sont les paradis qu’on a perdus’, hoorde ik hem eens prevelen tijdens een studentenborrel in de tuin van de Oudemanhuispoort, zijn blik voor extra dramatisch effect gedivergeerd naar het niets tussen het rozenperkje en de buste van Pallas Athene. Het meisje naast hem schoot ook in de lach.

We bewogen ons niet in dezelfde kringen – volgens mij had mijn Thierry nauwelijks vrienden – maar toch dook hij af en toe in mijn blikveld op. In de mensa bijvoorbeeld, waar je toen nog mocht roken. Daar zag ik dat hij was overgestapt op dunne sigaartjes die hij, als hij eenmaal uitgerookt was, doofde in een witplastic automatiekbekertje met een bodempje koude koffie erin. Ik weet nog hoe ik hem zag zitten in het miskende genieënhoekje achterin de eetzaal, pips maar opzichtig poserend met z’n sigaar en Het Financieele Dagblad en z’n lange overjas als een mantel over zijn schouders gedrapeerd, en dat ik me toen bedacht hoe afmattend pretenties kunnen zijn. Voor alle getroffenen.

Ik hoef niet bij mijn Thierry over de vloer te zijn geweest om te weten hoe een avond bij hem thuis eruit zou hebben gezien: een stoffige etage boven een kroeg, goedkope rode studentenwijn, geen tafel, maar slechts een wankele stapel dode slavisten onder een bord lauwe kliekjes, veel te hard Wagner op en dan met ruzie weer naar huis.

Van mijn Thierry heb ik na mijn studie nooit meer iets vernomen. Misschien is hij aan lager wal geraakt, of heeft iemand hem verteld dat het eigenlijk heel plat is, die blaaskakerij. Dat het niet goed is uitgevoerd, zonder humor. A stupid person’s idea of an intellectual. Dat, alle Latijnse terzijdes terzijde, dure woorden lelijke ideeën niet kunnen verhullen. Dat het enige wat die uil van Minerva ons echt leert is hoe weinig we eigenlijk weten.

_______________________

In zijn overwinningstoespraak verwees de huidige Thierry Baudet naar de uil van Minerva als de wijsheid die samen met hem was neergedaald in de Nederlandse politiek.

Arjen van Lith (1971) is schrijver en journalist. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van brieven aan zijn kapper en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >
 

All-Access

16 maart 2019 (6:25) | Arjen van Lith | 1 reactie

sxsw2

Je hebt van die dagen dat het net lijkt alsof je nooit helemaal wakker wordt, alsof je ogen zelfs ná het douchen nog steeds bedekt lijken onder een wazig slaapvlies waardoor de wereld de hele dag in soft focus bij je binnenkomt. Oogdruppels, wrijven, een paar vlakke petsen tegen de wangen; niets helpt, en pas dan kom je erachter dat je een vetvlek op je bril hebt. De natuur, wijzelf en het lot bedriegen ons waar we bijstaan – het is de taak van de schrijver om dat te doorzien.

Soms speelt mijn empathische inborst me parten en word ik moe van de activiteiten van anderen, derden, zonder daar zelf aan mee te doen. Ik moest even gaan liggen nadat ik een blik had geslagen op de festivalagenda van vriendin S., die vanuit Amsterdam is overgevlogen naar Austin voor South by South West (SXSW). Officieel staat ze geboekt als sterrenkundige om te komen vertellen over de foto die ze van een zwart gat heeft genomen, maar in werkelijkheid is ze hier om binnen zes dagen tweehonderd van haar favoriete bands te zien optreden. Waar ik al bij voorbaat doodop van werd, is dat ze daar speciaal een spreadsheet voor gemaakt heeft, een schematische weergave van de irrationele angst om iets te missen.

Tijdens deze editie van SXSW kan ik niet gewoon Arie from Holland zijn, maar moet ik me voordoen als Sheperd D. of kortweg Shep, een vroegtijdig weer vertrokken collega-sterrenkundige die zijn eigen platina All-Access badge* onder zware druk van S. speciaal voor mij heeft achtergelaten  een royale gunst waar ik absoluut niet op zit te wachten. Op zijn pasfoto valt als eerste op dat de echte Shep ook kalend is, dus afgezien van de rest lijken we sprekend op elkaar. Zolang ik geloofwaardig de suggestie wek dat ik daadwerkelijk bij het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics thuishoor, kom ik met die badge overal binnen en heb ik dus geen enkel excuus meer om niet als een dwaas achter S. aan te draven. Die realisatie is niet alleen afmattend, maar roept ook een defaitistische spierverslapping over me af.

De eerste dagen speel ik mezelf vrij met doordeweekse excuses: werk, afspraken, ik sliep nog; zoals authentieke Austinites SXSW doorgaans vermijden. Maar sinds woensdag heeft S. me toegevoegd aan haar groepsapp Coordination SX:

Just got to Palm Door it’s not full at all so good sign if you want to see Jambinai. I smell like beer after insane punk show where the singer threw beer all over us – [foto] – That’s the singer upside down – Oh holy crap Mattiel is playing Barracuda before Black Pumas! So it’s Dylan C and then jump around the corner to Barracuda until midnight – Line to Little Woodrow’s all the way to Swan Dive but you can stay for Kolars – Or maybe Honey Lung, Ninth Wave and Gurr at Lazarus – Omg come here at Lucille if you’re close theses guys are amazing, not mellow anymore I guess that was the intro

Naarmate het weekend nadert stijgt de frequentie tekstberichten tot een gestage livestream aan updates. Ik lees ze niet eens meer. Af en toe open en sluit ik WhatsApp meteen weer om dat zeurende, bijna beschuldigende aantal ontvangen berichten naast het icoontje weg te krijgen. Dan heb ik tenminste nog de illusie dat ik helemaal bij ben.

– Weird Shit at Cheer Up Charlie’s right now, hurry! – text ik in ‘t wilde weg naar de groep terug, maar zoals zo veel tijdens deze editie van SXSW is ook dat gelogen. Stiekem lig ik thuis languit op de bank, kapot van een festival dat ik nauwelijks bezocht heb. De platina All-Access badge ligt maagdelijk en vrijwel onaangeroerd op de salontafel, klaar om teruggestuurd te worden naar de echte Sheperd D. in Massachusetts, die hem weliswaar nog minder heeft gebruikt dan ik, maar ‘m toch graag terug wil als souvenir.

_______________________

* Omdat ze spreker is op SXSW heeft S. net als Shep een gratis pas met ongelimiteerde toegang tot alles, ter waarde van 1300 dollar. Zelf heb ik onder mijn eigen naam alleen een wristband voor sommige onderdelen van het muziekfestival (146 dollar). Wanneer ik Sheps All-Access badge draag – voordat ik ‘m om mijn nek hang – wikkel ik eerst een boerenzakdoek om mijn arm om te voorkomen dat oplettende vrijwilligers zich afvragen waarom die platina professor tegelijkertijd met zo’n derderangs polsbandje rondloopt.

Arjen van Lith (1971) is schrijver en journalist. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van brieven aan zijn kapper en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

 

1 reactie >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
 
Nr.474/475
 
 
voorpagina